Het is 07.15. Ik word wakker. Vandaag is het zover. Ik voel me nerveus. Als een stel koetjes en kalfjes die de hele winter in de stal hebben gezeten, maar nu eindelijk de stal uit mogen en van de lentezon kunnen gaan genieten. Het heeft te lang geduurd. Ik pak mijn tas in, smeer mijn boterhammen en stap op de fiets. Deze route heb ik vaker genomen, maar vandaag voelt het anders. Voor het eerst ga ik met deze groep hiernaartoe. Tussen de bossen zie ik de eerste toren al opdoemen. Deze middelste toren is de hoogste. Even later zie ik ook de andere twee torens en zie ik de Drie Torens van het Huis van de Vijf Zintuigen.
Ik kom aan op de parkeerplaats. Ik parkeer mijn fiets en zie een deel van het gezelschap al staan. Een aantal van hen zijn vertraagd. We wachten even op hen. Nadat ook deze leden zijn aangekomen, geeft de captain ons de entreetickets. Het gaat beginnen, eindelijk.
“Waar zullen we eerst in gaan?” vraagt captain Jorrit. Nieuw lid Glenn reageert gevat: “Jij bent toch onze captain, Jorrit? Moet jij dat dan niet bepalen?” “Nou,” zegt Jorrit, “jij bent het nieuwste lid van dit team, dus jij mag vandaag bepalen. Wij volgen jou, maar niet het Sprookjesbos in, daar kom ik al te vaak.”
Glenn leidt het gezelschap naar de eerste attractie. Helaas kwam den Hooghmoed voor de val en bleek de beugel van zijn stoel steeds strakker om zijn lichaam te komen zitten, totdat Glenn het niet meer hield. Hij werd het eerste slachtoffer van de dag. (1-0)
Het nog overblijvende gezelschap liep door naar de volgende attractie. Dit bleek de Jorrit en de Draak van een wedstrijd te zijn. Beide karretjes gingen aardig vooruit en het bleek een aardige strijd te worden. Jorrit was voor de rode karretjes, die normaliter een stukje sneller gaan dan de blauwe karretjes. Het was echter het begin van het nieuwe seizoen en de blauwe karretjes waren iets beter gesmeerd dan de rode karretjes. Net toen het penibel begon te worden, drukte de bestuurder van de blauwe karretjes op de rem, waardoor de karretjes vreedzaam, doch gelijk over de finish kwamen. (1,5 – 0,5)
Vervolgens was het aan Leo om een attractie uit te kiezen. Leo keek eens goed rond om te zien wie er nog bij waren en zag ook dat het zonnetje scheen. “Ik weet wel iets,” riep Leo. Gestaag volgde het gezelschap en tot ieders verbazing stonden we ineens in de rij van de Piraña. Leo stapte in en over deze start was hij het meest tevreden.
“Pfoe, dit is gelukt. Sommige mensen vallen meteen in het water en dan ben je al zeiknat. Dat wil ik niet hebben.” Echter, vanaf het moment dat het bootje het platform verliet, kreeg Leo de ene vlaag water na de andere over zich heen. Leo verweerde zich kranig en deed nog een krampachtige poging een poncho aan te doen. Het was echter te laat. De laatste vloedgolf sloeg Leo uit zijn stoel en Leo kon zwemmend naar de start van de attractie. Leo droop af, zoekend naar een setje nieuwe kleren. (2,5 – 0,5)
“Ik heb zin in iets minder spannends,” zei Luuk. “Volg mij maar naar de volgende attractie.” Maar welke zal dit zijn, vroeg Jeroen zich af. “Toch niet het Carnaval Festival, hè? Dat krijg ik nooit uit mijn hoofd,” zuchtte Mitchell.
Luuk ging gelukkig rechtsaf bij het Carnaval Festival. Hij wilde van het uitzicht gaan genieten en had voor de Pagode gekozen. “Maar waarom nou in hemelsnaam de Pagode? Er is hier zoveel leukers te doen. Dit is een beetje zonde van mijn tijd,” sprak Jorrit hem vermanend toe. “Volg me maar, dan zul je het snappen,” riep Luuk ons toe.
En ja, we begrepen waarom Luuk voor de Pagode was gegaan. Het voordeel dat hij had, bouwde zich met het moment op. Op het moment dat we op het hoogste punt waren en we in de verte het Rat Verlegh Stadion en de Grote Kerk konden zien, vergat Luuk zijn moment te pakken en ons uit te leggen waarom we hier waren. De Pagode ging weer langzaam naar beneden en eindigde precies op de plek waar we begonnen waren, alsof er nooit iets gebeurd was. (3-1)
“Wie is dat daar, in de verte?”, hoorden we Leo ineens gelukkig roepen. “Dat lijkt Pardoes wel,” zei Richard. Pardoes keek verbaasd om zich heen en wist niet wat hij zag. Wat is dit voor Fata Morgana? Alle Raadsheren zitten in de verdrukking. Heb ik hier die lange reis voor gemaakt?, zag je hem denken. Misschien als ik wat drink, misschien wordt het dan wel beter.
“Mag ik een witte Hoegaarden van u?” vroeg hij aan Pardijn. “We hebben alleen maar lokaal witbier,” zei Pardijn. “Dan hoef ik niks, dan ga ik wel weer naar huis,” brieste Pardoes. En we hebben hem niet meer gezien.
Vervolgens was het de beurt aan Mitchell om een attractie te kiezen. Mitchell is hier kind aan huis en koos voor de Villa Volta. Samen met zijn compagnon liep hij door de wachtrij en spraken zij nostalgisch tegen elkaar: “Vorige keer hebben we deze dertien stappen ook al samen gedaan. Gaan we dit nu weer doen?”
Mitchell had echter zijn huiswerk gedaan en ging met de veertiende stap aan de andere kant van de attractie zitten. Het huis begon te bewegen, maar Mitchell wist zijn hoofd koel te houden. Zijn compagnon daarentegen werd steeds een beetje misselijker en aan het einde van de attractie hield hij het niet meer. In de laatste seconden kotste hij zijn broodje Unox uit. Hij verliet vervolgens de attractie met een vieze broek en een lege maag. (3-2)
“Wordt het dan toch nog een leuke middag?” vroeg de captain zich hardop af. “Misschien wel. Volg mij maar naar de volgende attractie,” riep Thijs. En hup, daar ging het gezelschap weer het hele park door om naar de Python te gaan.
“Pfoe, de wachtrij is wel heel erg lang,” zuchtte Thijs, “maar ik ga ervoor. Het gaat de tijd waard zijn.” Toen hij na meer dan een uur wachten instapte, keek hij vol verbazing naar rechts en zag daar iemand anders zitten.
“Waar kom jij ineens vandaan?” vroeg Thijs. “Ik heb een fast-trackpas,” zei de vriendelijke man. “Hoe kom je daar nou aan?” vroeg Thijs. “Nou, ik heb dit al vaker gedaan. Voor jou is het de eerste keer, zeker?”
Thijs begon wat ongemakkelijk te lachen en het karretje vertrok. Terwijl het karretje optrok, zei de vrolijke man: “Ik ga nooit op die plek zitten waar jij zit, daar breken soms stukken af.”
Thijs werd wat nerveuzer en bij de eerste keer over de kop hoorde hij het kraken. Bij de tweede keer over de kop brak er inderdaad een stuk af. De vriendelijke man hield Thijs stevig vast en begeleidde hem naar de uitgang van de attractie, waar hij aansloot bij de andere gebutste leden van de groep. (4-2)
Het was tijd voor Richard om een attractie uit te zoeken. “Jullie jong volk, jullie weten niet wat schoonheid is!” Het gezelschap had al een vermoeden waar we naartoe gingen. We volgden Richard en inderdaad: daar in de verte doemde de Droomvlucht op.
“Nu gaan jullie echte schoonheid beleven,” zei Richard. We volgden Richard zwijgachtig en hoopten dat de rij niet te lang zou zijn. Op deze zaterdag wilden niet veel mensen in de Droomvlucht, waardoor we eigenlijk meteen konden instappen.
“Kijk die planeten, die elfjes. Dit is toch gewoon prachtig, mannen?” sprak Richard met een lichte twinkeling in zijn ogen. “Ja Richard, we genieten er ook van, maar hopelijk blijft alles goed gaan.”
“Dit is een rustige attractie. Jullie weten toch dat ik het wat rustiger aan ga doen?”
Langzaamaan werd de spanning van het team minder en begon de rest ook te genieten. “Ja, dit is inderdaad wel leuk,” riep de inmiddels opgelapte Glenn. Ook bij Jorrit zagen we op zijn donkere blik ondertussen een klein lachje ontstaan.
Maar wat gebeurde daar ineens? De attractie ging wat sneller en Richard ging in een spiraalvorm naar beneden. Langzaam maar zeker werd de attractie minder leuk en zagen we Richard uitgeteld in het water naast de feetjes op de grond liggen.
“Tjongejonge, kan het nou hier ook al niet normaal gaan?” riep het team in koor. (5-2)
Tenslotte was Jeroen nog over. “Ik heb zin in wat actie en spektakel!” riep hij luid. Jorrit zag het gebutste gezelschap en stelde een gezamenlijk ritje in het Lavenbos voor.
“Laten we niet te gek doen, Jeroen. Tot nu toe gaat bijna alles fout wat we aan het doen zijn.”
“Nee Jorrit! Ik wil iets spectaculairders, iets leuks! Ik reis geen twee uur om in een karretje te zitten en naar een stel Laven te kijken,” brieste Jeroen. We volgden hem toen hij boos wegbende.
Ineens vonden we onszelf in de wachtrij naar de Baron. “Dit wordt leuk,” zei Jeroen, terwijl hij zijn vrienden naar de eerste rij aan het dirigeren was.
De rit begon met enige vertraging, maar het karretje vertrok langzaam naar grote hoogte. Op het hoogste moment haperde het karretje echter. Wat gebeurde hier nou ineens, vroegen we ons af. We keken naar links, waar Jeroen zat, en zagen zijn beugel breken. In snel tempo vloog Jeroen naar beneden en was alles wat hij opgebouwd had tenietgedaan en erger. (6-2)
Met builen en blauwe plekken liepen er acht Raadsheren balend naar de uitgang van de Efteling.
“Wat moeten we nu? Dit zou de meest ontspannen zaterdagmiddag van het seizoen moeten worden. Willen jullie nog wel dat ik jullie leider ben? Want eigenlijk is dit gewoon oude wijn in nieuwe kruiken,” riep een verslagen Jorrit.
“Er is een reden dat je onze leider bent. Daar veranderen zeven nederlagen in tien partijen niks aan,” zei Thijs troostend.
“Waar is Luuk?” vroeg Leo zich hardop af.
“Hopelijk een opstelling aan het maken voor de volgende ronde,” zei Glenn.
Het team lachte luid, maar huilde vanbinnen. We liepen langs de souvenirwinkel. Niemand wilde iets kopen. Toen we naar buiten liepen, hoorden we Lange Jan roepen: “Jorrit, ik heb nog iets voor je. Wil je wel even een handtekening zetten dat je het ontvangen hebt?”
Met tegenzin deed Jorrit dit. “Wat is dat?” vroeg Richard.
“Een formulier. Er staat 6-2 op. Dit heb ik nog nooit eerder gezien,” zei Jorrit.
Het team liep verder en hoorde ineens de magische woorden: “Papier Hier, hallo, Papier Hier.” Het formulier werd maar aan Holle Bolle Gijs gegeven. Niemand wilde een herinnering aan deze dag.
