Bingo! (De Raadsheer 1 – BSV 2)

Toen ik op mijn dooie akkertje om 13:10 in de Katerstraat liep, zag ik een aantal bejaarden het Wapen van Zundert binnenstappen. “Aha, daar zul je de schakers hebben”, dacht ik. Maar toen ik zag dat zeker de helft van het vrouwelijke geslacht was, lachte ik deze gedachte snel weer weg. Ik liep de vriendelijke lui achterna en vroeg aan het barpersoneel of we toch wel thuis speelden, er was namelijk geen schaker te bekennen! Dat was toch wel zo en in de speelzaal waren de klokken al aangezet. Voor de verandering was de bar in de zaal open en – op het langer op koffie en thee wachten na – ging dat prima.

Vlak achter me liep blijkbaar me de tegenstander van John, die uit dezelfde bus gestapt was. Hij speelt bij BSV uit Bergen op Zoom. Niemand weet precies waarom Bergen op Zoom Bergen op Zoom heet. De Bergen kan ofwel haven betekenen of verwijzen naar de hoogteverschillen die worden veroorzaakt wordt door de ligging op de Brabantse Wal. Zoom kan verwijzen naar de rand van de Brabantse Wal, of komt wellicht van het woord soma, dat ‘moeras’ betekent. Veel mensen denken dat de naam Bergen op Zoom afstamt van het vaartje de Zoom, echter is deze later gegraven en dus in feite vernoemd naar de plaatsnaam in plaats van andersom. Of de beruchte uitgaansgelegenheid De Zoom in Renesse hier nog wat mee te maken heeft, blijft onduidelijk. Goed weetje hè?

Afijn. Ongeveer een uur later liep ik eens een rondje en concludeerde tevreden dat iedereen gelijkwaardig of beter stond. Ik werd aangesproken door Erik dat ik wel moest winnen, want iedereen stond gelijkwaardig of slechter. Tsja, we blijven prutsers allemaal..

Niet veel later was Mitchell klaar. Hij gaf op zet 8 een volle pion weg en had daar geen compensatie voor. Hier had hij de keuze tussen een moeilijke pot spelen en langzaam verliezen of het goede te doen. Hij koos voor het tweede, deed net alsof zijn pionverlies een offer was en gaf er gewoon een tweede pion bij. Wonderbaarlijk genoeg geloofde Bas van der Putte het nog ook en langzaamaan kwam hij slechter te staan. Mitch draaide de duimschroeven nog verder aan en kwam zowaar materiaal voor te staan. Hij gaf er nog een stel draaien aan en haalde de glorieuze overwinning binnen. Slecht geschaakt, goed gebluft. Precies zoals het hoort, bingo! 1-0.

Vervolgens was het de beurt aan Niek. Zoals het een goed teamleider betaamt, besloot hij de klappen op te vangen met zwart op bord 1. De hele partij dacht ik dat zijn tegenstander lastig aan het binnenkomen was op de damevleugel, maar blijkbaar was ik de enige die geen remise verwacht had. Dat werd het wel. 1½-½ .

Ongeveer op dat moment bood Jorrit remise aan. Hij zat op bord 3 en had stalorders gekregen om met zwart remise te maken. Tot aan zijn aanbod ging dat prima. Daarna echter kwam René Punt lastig door op Jorrits koning. Lang dacht ik dat een remisetje wel mogelijk was, maar uiteindelijk zat er dat toch niet meer in. 1½ -1½.

Vervolgens was het de beurt aan Frans, die weer op bord 8 voor een punt moest zorgen. Zowaar had Frans ineens geen jeugdspeler tegenover zich zitten. Sterker nog, tel de leeftijden van zijn vorige 3 tegenstanders bij elkaar op, vermenigvuldig dit met 6 en doe daar het kwadraat van, en dan nóg was zijn tegenstander ouder. Deze liep toch zeker al richting de 50. Frans bewees – zoals het hoort – niet alleen een kindermoordenaar te zijn, maar ook prima de punten af te kunnen pakken van volwassenen. Langzaamaan pikte hij meer ruimte op het bord tot zijn tegenstander geen ruimte meer had om te bewegen. Bingo! 2½ – 1½.

Daan zat dit keer met wit op bord 2 en hij was weer flink aan het improviseren. In een mum van tijd stond zijn pion op h7. Omdat deze goed gedekt stond, vormde het een enorme last voor Hans Nunnikhoven en hij kon deze alleen ten koste van een kwaliteit stoppen. Zoiets moet je tegen Daan niet doen, want dan wordt je afgemaakt. En dat bleek. Bingo! 3½ – 1½.

Zelf speelde ik tegen Henry Groenveld, die besloot om op zet 4 eens iets nieuws te proberen. Het was niet rampzalig, maar kostte wel één of twee tempi, die ik natuurlijk graag in ontvangst nam. Ook in het vervolg bleef Henry wat zetten doen die ik niet logisch vond. Dat leverde een pionnetje op, waarna ik wat stukken ging afruilen. In een stelling met 2 torens, een loper en wat pionnen aan beide zijden bood Henry remise aan. Daar stond ik helemaal van te kijken, want mijn stukken stonden veel actiever en ik was al aan mijn winstplan begonnen. Ik ging naar Niek: “Ik heb een remise-aanbod en als ik het niet verplicht hoef aan te nemen, speel ik door.” Zo geschiedde. Bingo! 4½ – 1½.

Kort daarna was ook John klaar met Alexander Bruschke. Van hun partij kreeg ik alleen mee dat hij weer typisch Johns was. Lang ging het in mijn ogen gelijk op en op het einde stond John met een punt in z’n handen. Bingo! 5½ – 1½.

En als allerlaatste was Erik rond een uur of 18 klaar (tenminste dat gok ik, tegen die tijd zat de familie Van Ginneken al lang bij de Chinees). Op enig moment dacht ik “speel Df7 en je wint de partij”. Dus Erik speelde netjes Df7, maar verloor pardoes zijn loper. Dat was dan weer niet de bedoeling. Maar zoals het een goed Roks betaamt, gaf Erik zich niet te snel gewonnen. Met een dame tegen een toren en 2 stukken probeerde hij er nog eeuwig schaak van te maken, maar Bart van Kasteren speelde terecht door en haalde het punt binnen. 5½ – 2½.

Door deze mooie overwinning staan we nog steeds 2e met 1 punt achterstand op koploper en komende tegenstander De Pion 2. Nog beter: door deze overwinning zijn we halverwege de competitie reeds behoed voor degradatie! En nu we dat weten, kunnen we ons gaan drukmaken over de belangrijkste vraag van het weekend: wie heeft eigenlijk de bingo gewonnen?

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *