Neurotisch gefrunnik achter het schaakbord.

Zomaar ineens valt het je op dat er schakers zijn die van die rare trekjes vertonen waarbij je je afvraagt of die wel in het gebruikelijke non-verbale repertoire thuis horen.

Schaken is toch al zo’n sport waarbij je in je binnenste als een razende tekeer gaat maar sommigen kunnen er aan de buitenkant ook wat van. Nagelbijters en neuspeuteraars, waar komt het niet voor, het is van alledag, dat valt gelukkig nog mee bij De Raadsheer. Maar je bent er mooi klaar mee als je diep in een partij verzonken zit en je tegenstander zit als een gek met zijn benen te trillen. Of met zijn voeten te tappen. Een ander wiebelt op zijn stoel alsof hij nog in zijn kinderstoeltje zit en weer een ander zit de godganse avond met zijn balpen te klikken. Maar, eerlijk is eerlijk, dit alles valt allemaal reuze mee bij De Raadsheer. En als er al iemand uit de toon valt dan zijn er altijd wel een paar die hem of haar met een dwingend “Ssst, doe dat lekker thuis”, tot de orde roepen.

Er zitten rare snuiters bij, hoor, onder schakers. Van de Oekraïense topschaker Vasyl Ivantsjoek (Tsjoekie voor insiders) is bekend dat hij tijdens een toernooi na een verloren partij ’s nachts door de hotelgang rent en gelijktijdig zowel de 4e als de 5e symfonie van Beethoven ten gehore brengt. “Het is typisch een geval van een omweg naar de hersenen”, zei zijn coach, “ik doe er verder niks mee”! “Af en toe een bètablokker of een “pammetje” erin, that’s it”. (Met pammetjes worden trouwens slaap- en kalmeringsmiddelen bedoeld). Van de huidige wereldkampioen Magnus Carlsen moet elk schaakstuk precies maar dan ook precies in het midden van het veld staan. Al staat een stuk maar twee millimeter uit het midden, Magnus zet het op zijn plaats.

Wat dichter bij huis, bij De Raadsheer in Het Wapen van Zundert, zitten er een paar tussen die tijdens hun partij uren aan hun wenkbrauwen zitten te frunniken. Of eindeloos krulletjes in hun haar zitten te draaien. Of aan een oorlelletje liggen te friemelen. Weer een ander begint te zingen wanneer hij een kop koffie gaat halen of moet gaan plassen. Ach, het zal er allemaal wel bij horen.

De 5e ronde van de Zwitserse bekercompetitie was er vorige week donderdag niet minder spannend om. Het was zelfs doodstil in de volle speelzaal, de spanning was om te snijden. Afhaken of aanpikken, dat is inherent aan een bekercompetitie. Hans van der Linden won na uren zwoegen de klassieke topper tegen Leo Rietveld. Hans staat nu met 4,5 punten uit vijf wedstijden alleen bovenaan. Daan van Dongen won van Erik Roks en blijft Van der Linden met vier punten in de nek hijgen. Maar elke bekercompetitie kent zijn cupfighter. De Raadsheer heeft hem in Jan Vriends. Vriends zette er zijn tanden in en Luuk van Dongen was de gebeten terriër. Jan heeft ook vier uit vijf.

Waar eindigt zijn sprookje?

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *